free celebrity sex videos
free celeb sex tapes
real celebrity porn
PDFPrint

Schimmels

 

 

Schimmels en gisten vormen een apart “Rijk” in de biologie, maar zijn, heel kort door de bocht, plantaardige organismes zonder chlorofyl (bladgroen), waarbij een gist doorgaans ééncellig en een schimmel vaak meercellig zal zijn. Schimmels en gisten bezitten, evenals planten, wel een celkern, maar door het ontbreken van chlorofyl kunnen ze niet in de eigen voedselbehoefte voorzien met behulp van fotosynthese. Alle (groene) planten, zelfs de meest eenvoudige, eencellige als algen, gebruiken zonlicht als energiebron om kooldioxide (CO2) en water (H2O) om te zetten in glucose (C2H12O6) en zuurstof (O2). De glucose (suiker) dient als voedsel voor de plant en van de “afvalstof” zuurstof maken onder andere mens, dier en (aerobe) bacteriën dankbaar gebruik. Doordat schimmels en gisten niet over chlorofyl beschikken, zijn ze gedoemd om op een andere manier in de voedselvoorziening te voorzien. Dit gebeurt door stoffen te onttrekken aan andere organismes zoals planten of dieren (zowel dood als levend). In tegenstelling tot de meeste groepen van organismen, die zowel parasitaire als niet parasitaire vertegenwoordigers bevatten, is een schimmel die leeft op een levend dierlijk organisme per definitie parasitair.     schimmel1       

Schimmels en gisten vormen een apart “Rijk” in de biologie, maar zijn, heel kort door de bocht, plantaardige organismes zonder chlorofyl (bladgroen), waarbij een gist doorgaans ééncellig en een schimmel vaak meercellig zal zijn. Schimmels en gisten bezitten, evenals planten, wel een celkern, maar door het ontbreken van chlorofyl kunnen ze niet in de eigen voedselbehoefte voorzien met behulp van fotosynthese. Alle (groene) planten, zelfs de meest eenvoudige, eencellige als algen, gebruiken zonlicht als energiebron om kooldioxide (CO2) en water (H2O) om te zetten in glucose (C2H12O6) en zuurstof (O2). De glucose (suiker) dient als voedsel voor de plant en van de “afvalstof” zuurstof maken onder andere mens, dier en (aerobe) bacteriën dankbaar gebruik. Doordat schimmels en gisten niet over chlorofyl beschikken, zijn ze gedoemd om op een andere manier in de voedselvoorziening te voorzien. Dit gebeurt door stoffen te onttrekken aan andere organismes zoals planten of dieren (zowel dood als levend). In tegenstelling tot de meeste groepen van organismen, die zowel parasitaire als niet parasitaire vertegenwoordigers bevatten, is een schimmel die leeft op een levend dierlijk organisme per definitie parasitair. Er zijn daarentegen wel voorbeelden te vinden van schimmels die in symbiose met planten leven. Dierlijke organismes, waaronder ook de mens, kunnen flink last hebben van schimmels. Denkt u maar eens aan zwemmerseczeem, ringworm, baardschurft en kalknagels. Toch zullen we, net als bij vele stammen van bacteriën, enige sympathie voor schimmels en gisten moeten opbrengen. Een heel bekende schimmel “penicilium”, ontdekt door Alexander Fleming in 1928, heeft een ware medische revolutie teweeg gebracht waarna enorm veel mensenlevens gered zijn door de antibacteriële werking van het extract penicilline. De antibiotica waren geboren. Daarnaast worden sommige schimmels graag gegeten. Denkt u maar eens aan eetbare paddenstoelen (al dan niet met een hallucinerende werking) of blauwe schimmelkaas. En wat dacht u van een heerlijk glas bier of een wijntje? Of het rijzen van brood? Kansloos zonder gisten.

       schimmel           
Voor zover bij mij bekend, zijn er geen gisten die parasitair leven op of in onze koi. Wel verschillende soorten schimmels. Lang niet elke schimmel voldoet echter aan ons “traditionele schimmelbeeld”. We stellen ons bij schimmels meestal iets wittigs en pluizigs voor, maar we zullen verderop zien dat schimmel ook heel andere verschijningsvormen kent. Aan de andere kant zien we vaak zaken aan voor schimmels die dat helemaal niet zijn! De boodschap is dus eigenlijk, dat de diagnose “schimmel” nooit op het blote oog gesteld kan en mag worden. Pas als de typische schimmeldraden (die we bij vrijwel elk soort schimmel terug kunnen vinden) onder de microscoop zichtbaar zijn, mag de diagnose “schimmel” worden gesteld. Bepaalde bacteriën (zoals Flexibacter Colomnaris), protozoa (zoals gesteelde klokdiertjes), virussen (zoals karperpokken), algen of zelfs een verdikte of troebele slijmhuid kunnen “schimmelachtig” aandoen, terwijl van schimmel helemaal geen spraken is. Iets proberen te bestijden dat er helemaal niet is, doet meer kwaad dan goed. Dàt is u inmiddels hoop ik wel duidelijk.

Er zijn verschillende soorten schimmel die het op onze koi hebben voorzien. Sommigen leven op de buitenkant van de koi (ectoparasieten) en sommigen leven in de koi (endoparasieten). De belangrijkste laat ik hieronder de revue passeren:                

Er zijn verschillende soorten schimmel die het op onze koi hebben voorzien. Sommigen leven op de buitenkant van de koi (ectoparasieten) en sommigen leven in de koi (endoparasieten). De belangrijkste laat ik hieronder de revue passeren:

Saprolegnia spp.

Soort: Schimmel.
Kenmerken: Tweeslachtig, ectoparasiet. Veel voorkomende schimmelsoort met vele ondersoorten.
Wie: Zoetwatervissen, soms ook brakwatervissen.
Waar: Op beschadigingen en wonden, maar ook op eitjes en organisch afval.
Cyclus: Het einde van de schimmeldraad is bolvormig. Hierin vormen zich zoösporen die na openbarsting uitzwermen. Deze zoösporen kunnen een cyste vormen en een nieuwe zoöspore vrijgeven, net zolang totdat een geschikte vestigingsplaats wordt “gevonden”. Met haartjes en soms haakjes (afhankelijk van de ondersoort) zet de spore zich vast en groeit uit tot een nieuwe schimmeldraad. Saprolegnia is altijd in de vijver aanwezig en zal uitgroeien tot een plaag als de gelegenheid zich voordoet. Het houdt wonden open en geeft enzymen af ter bevordering van de eigen voedselopname die schadelijk zijn voor de vis. Saprolegnia overleeft tussen de 3 en 33 graden Celsius en kan zich zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk voortplanten.
Ontstaan: Op wonden als gevolg van mechanische of parasitaire beschadigingen. Saprolegnia is altijd secundair (of zelfs tertiair) en dus nooit primair. Het zal zich niet op een onbeschadigde vis kunnen handhaven.
Preventie: Vermijden van scherpe delen in de vijver. Uitstekende waterkwaliteit, voorkomen van stress en het geven van goede voeding om de primaire en secundaire ziekteveroorzakers geen kans te geven.
Symptomen: “Klassiek schimmelbeeld”. Witte of grijze, wattige huid en/of kieuwen en/of vinnen. Vaak geknepen vinnen. In de lengterichting van de vis lijkt het bij een ernstige besmetting op een wollige slijmlaag. Later wattige pluisjes. Het begint met een klein plekje maar het kan snel uitgroeien. De vis wordt sloom, schuw en verliest eetlust. De vis sterft uiteindelijk door een gestoorde water- en zouthuishouding, doordat grote stukken huid kapot zijn en worden opengehouden door de schimmelgroei. Benauwdheid treedt op als de kieuwen zijn aangetast. De schimmel kan ook naar binnen groeien en organen aantasten. In dat geval treedt sterfte snel op.
Hoe herkennen: Microscopisch onderzoek (100-200x) van de aangetaste huid geeft de typische schimmeldraden te zien. Niet op het oog te stellen omdat witte plekjes vaak ten onrechte voor Saprolegnia worden aangezien. Bij een vergroting vanaf 400 keer zijn de bolvormen aan het eind van de schimmeldraden zichtbaar en kunt u de schimmel zelfs zien groeien.
Behandeling: Zinloos als de primaire oorzaak niet eerst of gelijktijdig wordt aangepakt. Het alleen toedienen van een antimicotica (anti-schimmelmiddel) heeft geen enkele zin. Ernstige wonden behandelen. Tevens het parasitaire probleem oplossen als dit de wondveroorzaker is. In het geval van parasieten tevens de omstandigheden verbeteren (watermanagement, wegnemen stressfactoren) en eventueel behandelen.

 



Branchiomyces (kieuwrot)

Soort: Schimmel.
Kenmerken: Tweeslachtig, ectoparasiet. Zeer dodelijk!
Wie: Zoetwatervissen.
Waar: Op/in de kieuwen.
Cyclus: Sporenvorming. Geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting. Wanneer de sporen in de kieuwen komen, ontkiemen ze. Het kieuwweefsel wordt hierbij aangetast. De bloedsomloop in de kieuwen stagneert plaatselijk. De ontkiemde schimmeldraden vormen weer nieuwe sporen.
Ontstaan: Bij hoge organische belasting van de vijver en/of hoge nitriet- of nitraatwaardes en/of lage pH. Overpopulatie. Branchiomyces geeft de voorkeur aan warm water (>25 graden Celsius) maar kan al voor problemen zorgen vanaf 15 graden Celsius.
Preventie: Vijverhygiëne. Voorkomen overpopulatie. Voldoende diepe vijver om (snel) hoog oplopende temperaturen te voorkomen. Juiste watersamenstelling.
Symptomen: Hangen aan de oppervlakte, lusteloosheid, versnelde ademhaling. De kieuwen zien er aangetast en bleek uit. Necrose (weefselverval), waarbij het afgestorven weefsel wegrot en loslatend weefsel naast de vrijkomende sporen een bron van infectie vormt voor andere vissen.
Hoe herkennen: Microscopisch onderzoek (100-200x) van een stukje kieuw. Het zien van schimmeldraden is de enige manier waarop de diagnose Branchiomyces mag worden gesteld. Niet verwarren met Saprolegnia door een toevallige beschadiging. Controleer of meerdere vissen dezelfde kenmerken hebben, zodat een incident kan worden uitgesloten. Niet verwarren met Flexibacter Columnaris (een bacteriële kieuwaandoening waarbij de bacillen ook “draden” vormen die onder de microscoop zichtbaar zijn) en andere bacteriële aandoeningen.
Behandeling: Zeer dodelijk, dus snel ingrijpen is van levensbelang. Gemakkelijk te behandelen met een antischimmelmiddel of formaline (altijd koidokter raadplegen voor behandeladvies). Herinfectie kan voorkomen als sporen in de vijver overleven of achterblijven. Tegelijkertijd de hygiëne in de vijver rigoureus aanpakken.

 



Dermocystidium

Soort: Schimmel.
Kenmerken: Cystevormend, ectoparasiet.
Wie: Zoetwatervissen, vooral karperachtigen.
Waar: Op het gehele lichaam, vaak op de vinnen of bij de aanzet van de borstvinnen.
Cyclus: Cystevorming. Op de vis vormt zich een gezwel (cyste) waarin de schimmeldraden zich ontwikkelen. De Cyste barst open en duizenden sporen komen vrij waardoor herbesmetting dreigt.
Ontstaan: Niet echt bekend. Mogelijk doordat kleine beschadigingen de weg vrijmaken voor een spore om zich te vestigen. De weerstand van een vis zal ongetwijfeld van invloed zijn op de vatbaarheid.
Preventie: Vijverhygiëne. Juiste waterwaardes. Voorkomen stress.
Symptomen: Meestal heeft de vis er weinig last van, tenzij het op een lastige plaats (als in de bek) zit. Wittige tot roze/rode gezwellen die geen fraaie aanblik geven.
Neveneffecten: Gevaar van secundaire infecties op de wonden die ontstaan na het openbarsten van de Cyste.
Hoe herkennen: Microscopisch onderzoek (200-400x) van een stukje gezwel (drukpreparaat) of een afstrijkje van een opengebaste cyste. Het zien van schimmeldraden is de enige manier waarop de diagnose mag worden gesteld. Niet verwarren met karperpokken(!) of tumoren.
Behandeling: Meestal niet noodzakelijk. Wel de wonden van opengebarsten cysten schoonmaken en afsealen. Soms worden de cysten operatief verwijderd uit medisch noodzakelijk (lastige plek) of esthetisch oogpunt. Nooit zelf cystes verwijderen, raadpleeg indien noodzakelijk een koidokter.

 

 



Ichtyophonus hoferi

Soort: Schimmel.
Kenmerken: Granuloomvormend (knobbeltjes/cystes), endoparasiet.
Wie: Meestal zoutwatervissen, soms levenbarenden, cichliden en karperachtigen.
Waar: Inwendig. In organen (hart, lever) en spierweefsel.
Cyclus: Primaire ziekte! Zeer besmettelijk. Cystevorming, vermeerdering, openbarsten, verspreiding.
Ontstaan: Door voedselinname komt de schimmel via het maag- darmkanaal binnen.
Preventie: Vijverhygiëne. Afvoeren uitwerpselen. Dode vissen verwijderen voor ze worden aangevreten.
Symptomen: Ichtyophonus hoferi gaat gepaard met symptomen die lijken op vistuberculose (bacterieel), maar mag daarmee niet verward worden. Chronische inwendige ontstekingen/granulomen. Aantasting organen, met het gevaar van orgaanfalen tot gevolg. Omdat het van binnen zit, vallen alleen de algemene ziekteverschijnselen op. Mogelijke ziekteverschijnselen zijn vermagering, sloomheid, afwijkend gedrag, kleurveranderingen, holle i.p.v. bolle buik, ingezakte rug, soms evenwichtsstoornis, soms desoriëntatie. Bij lever- en of nierinfecties opzwellen van buik en ogen (buikwaterzucht).
Hoe herkennen: Sectie. Geelachtig bruin tot zelfs zwarte organen. Eén tot vijf millimeter grote, witte tot crèmekleurige granulomen tussen/op/in de geïnfecteerde organen. Om vistuberculose uit te sluiten, is een bacteriekweek mogelijk waarna met een Ziehl-Neelsen kleuring tuberculose kan worden aangetoond of uitgesloten. De diagnose Ichtyophonus hoferi is te stellen door een drukpreparaat te maken van een granuloom met daaraan toegevoegd glycerine. Hierdoor zullen binnen enkele dagen de schimmeldraden gaan ontkiemen.
Behandeling: Vaak voor de betreffende vis te laat, omdat de infectie meestal al in een ver gevorderd stadium is als de symptomen zich openbaren. Wanneer bij sectie Ichtyophonus hoferei aan het licht komt, raadpleeg dan een dierenarts of koidokter om, indien noodzakelijk, de overige vissen te behandelen.

 

Bron: Joop van Tol, Nishikigoi Vereniging Nederland

 



 







 

banner vijvershop youtube