Often, slave contracts are set out in writing to record the formal consent of the parties to the power exchange, stating their common vision of the relationship dynamic. Common phrases used to refer to these individuals are chicks with dicks, trannies, or shemales, although these are generally considered pejorative slurs among transwomen. A cum shot, cumshot, cum blast, come shot, pop shot, or money shot are slang terms used to describe a person ejaculating , usually onto a person or object. Com, there are only 655 bisexual titles out of a catalogue of more than 90,000 films. Simultaneous penetration of the vagina and anus. Masturbation involves touching, pressing, rubbing or massaging a person genital area, either with the fingers or against an object such as a pillow; inserting fingers or an object into the anus ; and stimulating the penis or vulva with an electric vibrator, which may also be inserted into the vagina or anus. Caro rejected that as being a necessary conclusion, stating that female fatty deposits on the hips improve individual fitness of the female, regardless of sexual selection. Kinbaku is a Japanese style of bondage or BDSM which involves tying up the bottom using simple yet visually intricate patterns, usually with several pieces of thin rope . Cartoon Network has dedicated a late night programming block black milfs to adult animation, known as Adult Swim. Asian fetish is a slang term which usually refers to an interest, strong attraction or preference for people, culture, or things of Asian origin by those of non-Asian descent. It is common for this position to form part of BDSM, involving dominance and submission, though this need not be the case. In the 1920s, Havelock Ellis reported that turn-of-the-century seamstresses using treadle-operated sewing machines could achieve orgasm by sitting near the edge of their chairs. These can be administered for the short duration of a session among otherwise-emancipated partners, but also can be integrated into everyday life indefinitely. bijt der parasitaire protozoa is het klokdiertje. Anders dan bij de meeste protozoa is het klokdiertje voornamelijk plaatsgebonden. Het klokdiertje is nog het meest te vergelijken met de microvariant van een anemoon, dat " /> Klokdiertje
PDFPrint

Klokdiertje

 

 

Een vreemde eend in de bijt der parasitaire protozoa is het klokdiertje. Anders dan bij de meeste protozoa is het klokdiertje voornamelijk plaatsgebonden. Het klokdiertje is nog het meest te vergelijken met de microvariant van een anemoon, dat vastgehecht op een organische ondergrond probeert het voedsel uit de directe omgeving bij elkaar te schrapen.

klokdiertje

Klokdiertjes behoren tot de groep van protozoa of oerdiertjes. Een protozo is een ééncellig, dierlijk organisme dat kan worden onderverdeeld in een aantal categorieën, waarvan Ciliaten en Flagellaten het bekendst zijn. Het klokdiertje valt onder de groep Ciliaten. Een Ciliaat of wimpeldiertje is normaliter een ovaalvormige protozo met rondom trilhaartjes voor de voortbeweging. Klokdiertjes zijn de uitzondering die de regel bevestigen. Bij klokdiertjes dienen de trilhaartjes voor voedselopname. Daarnaast is de vorm niet altijd ovaal, maar zoals de naam al aangeeft vaak klokvormig. Met klokvormig moet u denken aan een kerkklok. De ongeslachtelijke voortplanting geschiedt door celdeling. Overigens zijn er vele tienduizenden soorten protozoa, waarvan er maar een fractie parasitair leeft. De amoebe (in de volksmond “pantoffeldiertje”) dat u zich vast nog wel kunt herinneren uit de vroegere biologieles bijvoorbeeld is een voorbeeld van een onschadelijk protozo (Ciliaat).

Er bestaan gesteelde en steelloze klokdiertjes. De gesteelde klokdiertjes kennen onder andere de volgende families; Epistylidae, Vortecellidae en Zoothamniidae. De gesteelde klokdiertjes zetten zich, zoals de naam al aangeeft, met een steeltje vast op (bij voorkeur) organisch materiaal. Bij steelloze klokdiertjes, waartoe de familie van Scyphidiidea behoort, ontbreekt het steeltje.

Een klokdiertje is een typische ectoparasiet. Dit betekent dat het zich vestigt op de buitenkant van een organisme. Ze zullen zich echter nooit massaal op de gezonde slijmhuid van een vis kunnen vestigen. De anti microbiële eigenschap van de slijmhuid voorkomt dit. Klokdiertjes zijn dan ook typisch secundair pathogeen. Dit wil zeggen dat er eerst een andere (primaire) oorzaak moet zijn, voordat deze parasiet een kans krijgt. Dit kan doordat de slijmhuid is gestript door “middeltjes” of verkeerde waterwaardes, maar ook doordat een andere parasiet de barrière heeft doorbroken waardoor het klokdiertje vrij spel krijgt. In verreweg de meeste gevallen echter, zal een wond door een mechanische beschadiging of bacteriële infectie een vrijplaats vormen voor deze protozoa. Vaak gaat dit gepaard met allerlei andere organismen die van de gelegenheid gebruik maken. Het klokdiertje zelf zal niet veel schade aanrichten, daar het voor de voedselvoorziening afhankelijk is van wat er in het water voorbij komt en niet van de vis waarop het zich gehecht heeft zelf. Wel kan bij een massale infectie de wond open worden gehouden. Ontsmetten en afsealen van (grote) wonden is daarom aan te raden. Niet alleen ter voorkoming van een infectie met klokdiertjes, maar ook om andere profiteurs als Costia, Aëromonas en schimmels buiten te sluiten. Klokdiertjes zijn verder vrijwel altijd te vinden op organisch afval (bijvoorbeeld vissenpoep) in de vijver. Ook eitjes zijn zeer gewilde verblijfplaatsen.

Klokdiertjes mogen niet verward worden met Saprolegnia (schimmel). Bij een massale infectie kan een wond “schimmelig” aandoen, terwijl er misschien helemaal geen spraken is van schimmelvorming. Het gebruik van een antimicotica (anti schimmelmiddel) is dan zinloos en betekent een onnodige belasting van het water. De diagnose Saprolegnia (schimmel) is pas zeker nadat bij microscopisch onderzoek de typische schimmeldraden zijn aangetoond. Overigens is Saprolegnia ook altijd secundair, waardoor de behandeling hiertegen alleen zinvol is na het wegnemen van de primaire oorzaak.

Als vestigingsplaats heeft het klokdiertje een voorkeur voor plekken met langsstromend water en/of zeer voedselrijk (organisch belast) water. In een vervuilde filter zullen ze massaal aanwezig zijn, evenals in bodemslib. Hygiëne in de vijver voorkomt de massale aanwezigheid van dit protozo.

Als een soort anemonen filteren de klokdiertjes het water op zoek naar voedingsstoffen. Vortecellidae maakt het wel heel bont. Als een soort vleesetende plant kan dit diertje razendsnel zijn “kelp” sluiten en het steeltje intrekken, waardoor planktonachtig leven wordt gevangen. Andere soorten waaieren met de trilhaartjes het plankton richting de opname-opening of wachten letterlijk tot het voedsel hen komt aanwaaien.

Al met al is het klokdiertje een niet al te gevaarlijke parasiet, die alleen bij het massaal voorkomen op voornamelijk beschadigingen van de vis een wond lelijk kan openhouden. Hierdoor zullen andere, meer schadelijke, parasieten hun kans schoon zien. Op eitjes kunnen de klokdiertjes wel snel voor problemen zorgen, samen met allerlei andere parasitaire levensvormen als schimmels, schadelijke bacteriën en dergelijke. Veelal worden eitjes voor de kweek daarom ontsmet met een desinfecteermiddel of op een dermate hoge temperatuur gehouden, dat ze sneller uitkomen dan de parasieten zich door de schil heen kunnen vreten.

Samenvatting:

Soort: Protozo of oerdiertje.
Categorie: Ciliaat (wimpeldiertje).
Kenmerken
: Eéncellig, dierlijk.
Cyclus: Celdeling.
Wie: Vissen, eitjes, filtermateriaal, uitwerpselen, organisch afval.
Ontstaan: Vaak op wonden samen met schimmels, algen en bacteriën. Verder op allerlei soorten organisch materiaal waarbij de voorkeur uitgaat naar langsstromend, organisch sterk belast water.
Preventie: Wondbehandeling bij beschadigde vissen, eventueel desinfecteren van eitjes, vijverhygiëne.
Symptomen: Klokdiertjes veroorzaken over het algemeen niet veel schade, wel kunnen ze wonden openhouden. Bij een massale uitbraak kan de vis hinder ondervinden.
Hoe herkennen: Huidafstijkje van de wond onder de Microscoop (50-200x). Plaatsgebonden (dus niet vrij zwemmend), hoewel het diertje wel een andere locatie kan opzoeken. Meestal op een steeltje. Meestal beweeglijk. Vrij divers van uiterlijk.
Behandeling: Klokdiertjes zijn altijd secundair. Indien nodig de primaire ziekteveroorzaker aanpakken. Meestal is dit een wond die gedesinfecteerd en geseald kan worden.


Bron: Joop van Tol, Nishikigoi Vereniging Nederland

 



 







 

banner vijvershop youtube