Karperluis (Argulus)
Meestal karperachtigen, maar vele andere soorten kunnen slachtffer worden. De vrouwtjes dragen twee eierzakjes. Na de paring, welke plaatsvindt op het vissenlichaam, verlaat het vrouwtje de vis en legt 100 tot 400 citroengele eitjes op vaste objecten en planten in de vijver. Hierna sterft het vrouwtje. Na tien dagen tot enkele maanden (afhankelijk van de watertemperatuur) komen de eitjes uit. De levenscyclus is, net als bij veel andere koudwaterparasieten dus sterk afhankelijk van de temperatuur. De jongen zwemmen in de eerste levensfase vrij rond. Pas na een aantal verschalingen zoeken ze een gastheer (vis). Na ongeveer twee maanden (7 vervellingen) zijn ze geslachtsrijp. Ontstaan: Levend voer, planten, besmetting door inbreng van nieuwe vissen in de vijver, verzwakking vissen door slechte waterkwaliteit of stress.
Preventie: Quarantaine en observatie van nieuwe vissen, geen levend voer (eerst invriezen) en planten of materiaal uit een (besmette) visvijver (eerst ontsmetten of langere tijd in een visvrije bak).
Symptomen: Zichtbare steekplekken op de huid van de vis die later wit kleuren doordat het weefsel afsterft. Soms laten schubben los. Vissen schuren, worden schichtig en kunnen vermageren. Afzondering en stoppen met eten, alsmede bloedarmoede bij jonge dieren of een hoge besmettingsgraad zijn mogelijk. Jonge vissen kunnen met één steek worden gedood.
De achtergebleven wonden genezen moeilijk en kunnen een bron van secundaire aandoeningen vormen zoals secundaire ontstekingen, bacteriële infecties, schimmelvorming, mogelijke overbrenging van virussen door Argulus. Verlies van de huidfunctie bij massale infectie.
Hoe herkennen:
Argulus kan worden beschreven als een transparant, groenig kreeftje met zwarte vlekjes. Het heeft een ovaal, afgeplat lichaam met daarin twee grote ogen. Het heeft acht pootjes (vier paar) en een in tweëen gedeeld achterlijf, dat als roer fungeert. Met behulp van de borstelige pootjes is de karperluis in staat om zwemmend van de ene vis naar de andere over te gaan, bovendien kan het zich hiermee voortbewegen over het vissenlichaam. Het diertje is met het blote oog zichtbaar en kan tot ongeveer 8 mm groot worden. Argulus beschikt over een gemene angel. Deze bevindt zich tussen de ogen en kan bij een kleine vis in één steek dodelijk kan zijn. De karperluis hecht zich met twee zuignappen en tal van andere extremiteiten vast aan de vis en doorboort de opperhuid (epidermis) van de vis met de angel. Vervolgens wordt gif ingespoten en wordt bloed opgezogen.
Behandeling: Argulus is lastig te bestrijden. Enerzijds komt dit doordat het diertje tot drie weken zonder gastheer kan overleven. Anderzijds omdat de eitjes tegen veel bestrijdingsmiddelen bestand zijn.Bij een gering aantal: Grote exemplaren aantippen met zuivere alcohol of verzadigde zoutoplossing (pas op de kieuwen). Eventueel vissen eerst een paar minuten plaatsen in een zoutbad (15 gram per liter). Verwijderen met een stompe pincet. Bij een massale infectie: Raadpleeg een koidokter of deskundige koidealer. Bron: Joop van Tol, Nishikigoi Vereniging Nederland
|
|











